Juryrapport Anton Wachterprijs 2026
In Harlingen is zaterdag 20 juni de Anton Wachterprijs 2026 uitgereikt aan Robin Kramer. De prijs voor het beste Nederlandstalige debuut ging naar zijn boek Achtertuinen. De jury las bijna 100 romans en koos het boek van Robin Kramer omdat het zo'n diepe indruk maakte. Hieronder lees je het juryrapport over de 5 genomineerde titels.
Robin Kramer, Achtertuinen
Op een gek achteloze toon weet Kramer iets enorms te bewerkstelligen, het heeft te maken met het gevoel in de steek gelaten te worden, zonder dat het als zodanig wordt benoemd. Zijn zinnen zijn geladen, de dialogen kleine wonderen van alledaagsheid, maar onder dat dagelijkse broeit het, stapelt zich iets op. Hoewel Achtertuinen wordt aangeduid als een verhalenbundel had het boek volgens de jury net zo goed een roman genoemd kunnen worden. Het werk maakte van meet af aan diepe indruk en dat had vooral te maken met de toon, ‘die geestig is, maar ook droevig, en berustend’. Scènes zijn het, door Kramer even fijnzinnig als melancholiek opgetekend door de oplettende ogen van de buitenstaander.
Mira Aluc, Sprokkelaars
In Sprokkelaars betreden we de wereld van de restpartijen en nestelen ons in een loods op een bedrijventerrein. Mira Aluç geeft een stem aan de mensen die daar werken, dromen en wanhopen. Er blijken grootse dingen te gebeuren tussen de roomboterkerstkransjes en de blikken kattenvoer. Ze weet deze wegwerpwereld minutieus en zonder opsmuk te beschrijven, het eeuwige gedoe met verpakkingsmateriaal en prijskaartjes. Ze laat haar hoofdpersoon, een doelloos door het leven dobberende jongvolwassene, ‘het Jong’, door de loods en door de maanden slenteren.
Je zou kunnen zeggen dat zich op dit onooglijke bedrijventerrein het wereldomvattend kapitalisme manifesteert. Maar Aluç heeft zulke grote woorden niet nodig. Ze houdt oog voor de menselijke maat en toont hoe we consumeren om onszelf te troosten en ons van elkaar te onderscheiden, hoe we steeds weer een stapje hoger op de sociaal-economische ladder proberen te komen, en dat het, soms, lukt. ‘Sprokkelaars’ is een fijnzinnig, ontroerend debuut dat de lezer overlaadt met weemoed en met mededogen voor de onbekende ander.
Thijs Hoekstra, Kuren
Vol bravoure gijpt Thijs Hoekstra de lezer vanaf de originele eerste zin – Hélène de Boer is geslaagd met obsceen hoge cijfers – de lezer bij de lurven in deze roman over ziekte en volwassenwording. Een Salingeresk verhaal dat zich afspeelt in de keurige hoofdstad van Noord-Holland, ‘brutaal, wijsneuzig, grappig en ontwapenend’, zoals iemand volkomen terecht in De Volkskrant schreef. Gewaagd ook, want al snel schuurt zo’n verhaal tegen het sentimentele en kitscherige aan, maar Hoekstra’s rotsvaste toon laveert ons moeiteloos door de pijnlijke geschiedenis heen. Een debuut waarin niet alleen de hoofdpersoon uitstekend uit de verf komt, maar ook alle bijfiguren, hoe kort ze ook maar optreden, reliëf krijgen. En dan aan het einde, kort, een soort samenvatting van het verloop van de ziekte, die juist door die beknoptheid de lezer hard treft, prachtig gespiegeld door de onvergetelijke en licht raadselachtige scène met de sneeuwbal die hij zijn moeder onverwacht in het gezicht gooit.
Manik Sarkar, Ossenkop
Manik Sarkar schreef met Ossenkop een debuut dat in alle opzichten overkomt als een volgroeid werk. In een uitzonderlijk rijke taal leidt hij de lezer door een vertelling die klassiek is van vorm, en eigentijds van inhoud. We ontmoeten een slagerszoon die tot het uiterste trouw probeert te blijven aan ambachtelijke kwaliteit, in een wereld waar die haar het liefste offert op de slachtbanken van snelheid en doelmatigheid. Het dorp, waarin speciaalzaken het afleggen tegen de grote industriële ketens, staat symbool voor wat die wereld daarmee verliest, en het lot van slagerszoon Rensing maakt dit invoelbaar zonder belerend te zijn.
Met zijn verhaal van menselijke overmoed stapt deze debutant gloedvol in de traditie van Bordewijk en Elsschot: een vlijmscherpe blik in de tragische psyche van zijn hoofdpersoon, gebracht met een aanstekelijk ironische zwier. Zo is Ossenkop niet alleen een onweerstaanbaar pleidooi voor vakmanschap, maar ook het overtuigende bewijs ervan.
Jan Wester Koeman
Jan Wester schreef met Koeman misschien wel een van de meest lugubere debuten van de afgelopen jaren. In een sobere en toegankelijke stijl neemt de schrijver ons mee in de wereld van de contactgestoorde boerenzoon Jan Koeman die zich richt op de zorg voor zijn melkkoeien na de dood van zijn vader. Zijn moeder heeft het gezin al jong in de steek gelaten. De andere lijn in deze even bizarre als hilarische vertelling volgt Anna, die worstelt met haar anorexia nervosa. Mythische elementen – Limos, god van de honger – zijn nooit ver weg. Het wonderlijke stel probeert de wens van de vader om een nakomeling te verwekken in vervulling te laten gaan. De lezer moet af en toe sterke zenuwen hebben om de beschrijving van dat proces en met name die van de zorg voor de jonge boreling te doorstaan. Maar de inspanning wordt rijkelijk beloond met dit originele en verrassende relaas.